De verdeelde stad (Hebron)

Vooraf: er is inmiddels ook een fotoserie beschikbaar die het verhaal van Peter illustreert. En goed om te weten voor de meest fanatieke volgers van dit moment; morgenmiddag en avond verblijven we in Jordanie. In de woestijn. Het zou kunnen zijn dat we dan even niet online (kunnen) zijn.


Door Peter Junior Nafzger


Aanvankelijk begon onze dag in vluchtelingenkamp Al-Arroub. Een pijnlijke plek om als welvarende westerling geconfronteerd te worden met dit onrecht in het Midden-Oosten. Onze gids Rafet regelde twee lokale bewoners die ons door een klein stuk van het krottenwijk leidden. Het was hartverscheurend om te zien. De levensomstandigheden binnen dit kamp zijn erbarmelijk. De huizen hier worden door meerdere gezinnen tegelijk bewoond, het watertekort zorgt voor veel frustratie onder de kampbewoners, en de puinhoop van het afval is nauwelijks te overzien. Deze mensen wonen zo dicht op elkaar, dat als de bewoners al geld zouden hebben voor een auto, deze in geen mogelijkheid voor hun huis zou kunnen staan. De Verenigde Naties biedt hulp door het bouwen van scholen, maar dit verhelpt lang niet alle andere problemen. Bovendien vinden iedere maand door de Israëliërs volstrekt willekeurige, volgens onze gids en de lokale gidsen, arrestaties plaats. Hierdoor worden vaak minderjarigen van hun ouders gescheiden, doordat deze jongeren provocerend handelden. Daarnaast is het rechtssysteem niet gebonden aan een Israëlische grondwet, want deze bestaat niet. Ook houden de Israëliërs zich niet aan het internationale recht met als gevolg dat deze gevangenen soms zonder proces wel jaren vast kunnen zitten. Al met al een grote verschrikking.


Voordat wij arriveerden in de waanzin van Hebron, vertelde onze gids ons een paar grappen over mensen uit Hebron. De beste grap was dat hersenen vrij zeldzaam zijn onder Hebronners, omdat zij deze vrijwel nooit gebruiken en slechts één op de tien ze ook daadwerkelijk heeft.  Volgens hem worden de mensen uit Hebron ook door andere Palestijnen op de westerlijke Jordaanoever niet begrepen. Hebron is bovendien een strengreligieuze stad, waar westerse vrouwen zeker niet zonder bedekkende kleding mogen rondlopen. De stad is staat bekend om haar glasblazers, en haar drooglegging, omdat de Palestijnse bewoners geen druppel alcohol mogen drinken volgens de regels van de Islam.


Toen de getalenteerde chauffeur zich met zijn enorme bus door de smalle straten had gemanoeuvreerd en ons had afgezet op onze eindbestemming, keken wij onze ogen uit op een prachtige markt. De tour bracht ons in de oude stad, die heilig is verklaard voor zowel de Joden als de Palestijnen. Onderweg zagen wij allerlei vangnetten over de markt hangen, die de Palestijnen beschermen tegen de irritante Joodse kolonisten, die allerlei rotzooi vanuit hun eerste- en tweedeverdieping huizen naar beneden op hen gooien. Gelukkig was het ditmaal rustig, maar het beeld raakte mij diep. Toen we vervolgens door de checkpoint aankwamen in het Joodse gedeelte van de Oude Stad geloofde ik mijn eigen ogen niet. Het leek precies op een Amerikaanse filmstudio en het surrealisme droop er letterlijk vanaf. De lachende IDF-soldaten, die uiteraard liever niet gefotografeerd wilden worden door ons, stonden daar met vol vertrouwen het onrecht te vertegenwoordigen.


Ik heb het leger nog nooit zo aanwezig gezien in een stad waar momenteel geen oorlog wordt gevoerd. De Israël Defence Forces (IDF) dragen geavanceerde wapens die ik alleen in oorlogsfilms en computerspellen heb gezien. Echter is dit geen eenvoudig schietspelletje, maar de bittere werkelijkheid. Dit zware wapentuig, dat onontkoombaar aanwezig is in het straatbeeld, is een goede weergave van het tragische verleden en weerspiegelt perfect de absurde sfeer die momenteel heerst in de Oude Stad van Hebron.


De Israëliërs boycotten de Palestijnen op drie manieren in de Oude stad. Allereerst maken zij de toegang voor de Palestijnen onmogelijk door de bezetting. Daarnaast zijn de radicale Joodse kolonisten letterlijk bovenop de Palestijnen gaan wonen. En ten derde hebben de Israëli’s de huizen hermetisch afgesloten, door de sloten dicht te lassen.


Hierna zijn wij doorgegaan naar de Ibrahimmoskee, waar op 25 februari 1994 de extremistische Jood Goldstein 29 mannen vermoorden en ruim 200 mensen verwondde. Deze daad veroorzaakte grote veranderingen in de bezettingspolitiek van Hebron. In 1997 veranderde Hebron in H1 en H2, waarin het laatstgenoemde onder Israëlisch gezag valt, en de H1 dat ruim 80 procent van de stad uitmaakt onder Palestijns gezag. Men moet zich goed beseffen dat er slechts 500 (internationale-)Joden in de Oude stad wonen, die door ruim 2000 Israëlische soldaten worden beschermd.


Nadat wij al deze imposante dingen hadden gezien, kregen wij een uitgebreid diner bij een Palestijnse familie thuis, die een heerlijke zelfgekookte rijst hadden klaargemaakt. Daarna vervolgden wij onze reis naar de Judea steenwoestijn. Onderweg hiernaartoe zagen wij nog vele wachttorens en een duidelijke scheiding tussen het Israëlische en Palestijnse land. Het meest bizarre vind ik nog dat in dit land de infrastructuur wel aanwezig is, maar niet voor iedereen toegankelijk is.


De woestijnwandeling was een indrukwekkende ervaring voor ons allemaal. Het zou een drie uur durende schitterende tocht worden, die vol selfie’s, wiebenik en dierenspellen zat. Echter verraste de grootstheid van deze tocht ons met complete duisternis, omdat wij niet voor het donker aankwamen bij het tentenkamp. Echter wisten wij het er natuurlijk veilig en wel van af te brengen.


Tenslotte aten wij gezamenlijk in Beit-Sahour in een restaurantje waar traditioneel voor ons werd gedanst (Dabka). Het was van het begin tot het einde een geweldige dag geworden.

YAD VASHEM: Kijken naar nu door de bril van toen

De spelersgroep trok met een paar schrijfopdrachten door dit Holocaust-museum. Hieronder lees je een paar fragmenten uit hun teksten.


Bij een foto


Vlak voor mijn neus, gekrijs, een schot dreunt door mijn oor. Weer een opstandige man die slachtoffer moest worden van een schietgrage Duitser. Rennende vrouwen links. Klik. Dominante SS’ers rechts. Klik. Vele indrukken gaan mijn lens voorbij. Ze maken me onveilig. Elke minuut zal mijn laatste kunnen zijn. Melissa


1943


Klop, klop.


De kast in.


Nog één blik , kinderen.


Vaarwel.


Kayleigh


 


2013


Twee minuten


Stilstaan bij oorlog


Die ik niet meemaakte


Onvoorstelbaar


Emma


 


2083


Blijven herdenken


Voor altijd onthouden


Het nooit meer vergeten


Holocaust


Lot

Schrijfopdracht


Ik ben Duits, ik ben achttien. Ik ben deel van een geschiedenis waarmee ik niets te maken heb. Ik leef hierdoor met een vloek, die ik niet over mijzelf afgeroepen heb, maar die ik wel iedere dag met mij mee draag. Maar deze vloek is ook een symbool, en het staat voor alles dat niet meer mág gebeuren. Ik ben een nieuwe generatie Duitser, met een zwarte geschiedenis maar een gekleurde toekomst. Matthijs

Kindermonument


Kaarslichtjes tot in het oneindig


Branden als de lichtflits van hun leven


Als lichtpuntjes aan de hemel


Zoals de sterren omsingelen zij ons.


Isa

Yad Vashem


ik kijk naar


de komende doden


van gisteren


beeld na beeld


gezicht na gezicht


al die ogen die


mij niet meer zien


ik moet verder


het verhaal gaat door


de tijd dringt


de bus wacht


wie herdenkt


moet achterlaten


Kees

Follow the big guy

Door Kayleigh de Hoogt


Vandaag was de dag, we gingen naar Jeruzalem. Ik denk dat ik me het meest van de studiereis toch heb uitgekeken naar Jeruzalem. Misschien om het gevoel dat er bij zit, misschien om de verhalen die erover gaan, of misschien gewoon omdat ik benieuwd was.


Aangezien Jeruzalem in Israël ligt en ons hostel in Palestina, moesten we door een checkpoint. In plaats van de grote soldaten met geweren en boze blikken die ik verwacht had, zat er helemaal niemand bij het checkpoint. We gingen wel allemaal braaf in een rijtje door de poortjes, alsof we elk moment aangesproken konden worden door een enge man die verborgen zat in een hoge toren. Toen de meeste van ons veilig in een bus zaten met een paar Palestijnen en Israeliërs, misten we er toch een paar. Birte en Bas waren namelijk hun visum vergeten. Dit visum was een kaartje die we gekregen hadden toen we aangekomen waren en waar de chagrijnige mevrouw achter de balie een scheurtje in had gemaakt. Nooit was ons verteld dat dit ons visum was en omdat er dus een scheurtje inzat achtte niemand dit kaartje belangrijk. Gelukkig kwam meneer Baars tot de redding en waren Birte en Bas levend door de douane gekomen. Uiteindelijk bleek achterop het visum wel te staan dat het daadwerkelijk ook een visum was. Dit was echter in onwijs kleine lettertjes en niemand had er ooit aangedacht om het kaartje om te draaien, behalve Omar dan.


Eenmaal aangekomen in de heilige stad liepen we door de Damascus poort de oude stad in. Over de kraampjes die heerlijk geurden, heel kleurrijk waren en héél dicht op elkaar gebouwd waren kwamen we langzaamaan meer naar het centrum van de oude stad. Ondertussen vielen we over de rennende kinderen en kraampjes die spontaan midden op straat hun plaats hadden gevonden. Toen we uiteindelijk in een breder gedeelte van de straat aangekomen waren, besloten we hier te blijven staan en tien minuutjes te staren naar de groepen mensen die de Kruisweg liepen. Toen kwamen we er ook achter hoe vreemd het was voor mensen om blanken te zien. Er was namelijk een Chinees die heel uitgebreid foto’s van ons aan het maken was. We staan dus allemaal binnenkort in een Chinees fotoboek, nog een doel bereikt. Een ander iemand die op de foto staat is onze eigen meneer Baars, met twee Israëlische soldaten die zo klein waren dat ze maar gingen zitten op een hekje om even groot als onze leraar te zijn.


Het is ook dankzij de lengte van meneer Baars dat onze groep de weg wist. Meneer Baars liep voorop en als we ooit de groep niet meer zagen, zagen we wel het hoofd van onze leraar boven de rest van de menigte uit steken. Het was dan ook een grote schrok toen ik opeens voor aan de groep was. De grote man die ons zou leiden was in geen velden of wegen te bekennen en ik, een meisje van 1,66 die amper over andere mensen heen kan kijken en het richtingsgevoel van een kip zonder kop heeft, stond opeens vooraan. Dat waren een paar angstige minuten waar Kees van der Zwaard, Peter en ik verschrikt om ons heen aan het staren waren. Toen opeens meneer Baars uit het niks weer verschenen was, konden we weer verder met onze wandeling richting de muur van de oude stad.


Wederom volgden we allen de grote man die ons over de enge trappen, dunne weggetjes en hoge, hele hoge muur. Voor mensen met hoogtevrees was deze muur een hel, laat ik nou net hoogtevrees hebben. Ik heb daarom ook niet heel erg van het prachtige uitzicht kunnen genieten, maar voornamelijk van de kleine, scheve, uitstekende stenen waar we overheen liepen. En dan nog die trappen! Ze hebben het een sport gemaakt om de treden zo ongelijk en zo smal mogelijk te maken. Hoe onze grote leider normaal over de muur heen kon lopen is mij een raadsel.


Het is niet helemaal waar dat ik niks heb gezien van het uitzicht; want ik verbaasde me wel over hoe optimaal de bewoners van Jeruzalem hun daken gebruiken. Ik heb hier bijvoorbeeld meerdere basketbalveldjes, voetbalveldjes en speeltuinen gezien. Ook de restaurantjes en spa’s konden natuurlijk niet ontbreken van de daken. Deze speeltuinen en restaurantjes waren bovenop vijf etage hoge gebouwen. Logisch toch? Aan de andere kant was het uitzicht wel prachtig, met die geweldig blauwe lucht erboven en heel Jeruzalem om te aanschouwen.


Nadat we de muur ternauwernood overleefd hadden, geluncht hadden (waardoor mijn teller van ‘Nederlanders die niet tot onze groep behoren’ op 6 is gekomen) en nog een paar keer gestruikeld waren over kraampjes, gingen we naar de heilige grafkerk. Hier ligt de steen waar Jezus op gebalsemd is (die in 1900 aangelegd is) en is de plek waar Jezus gekruisigd is. De kerk was prachtig, maar toch trokken de bezoekers mijn aandacht. Die steen heeft veel handen aangeraakt, veel kettinkjes en kaarsjes betast en veel lippen gekust. Dit was zo mooi om te zien dat we met zijn allen hier bijna drie kwartier naar hebben staan staren. Ook waren er meerdere mannen die met potjes vol met rook door de kerk heen liepen om de kerk te zegenen (en meer bezoekers hun kant op te trekken). De kerk is zo reuze groot dat alle religies die in Jeruzalem wonen, acht om precies te zijn, hier heen kunnen.


Na de kerk liepen we terug door de kraampjes en langs oude Romeinse ruïnes, op weg naar de klaagmuur. Hier gingen wij meisjes de andere kant op dan de jongens, want zo doen ze dat bij die klaagmuur. Er zijn veel foto’s te vinden over de muur, van de briefjes die erin gestoken waren en de mensen die de muur aaien. De foto’s lieten nog niet zien hoe het in het echt was. Er was een vrouw die aan het huilen was tegen de muur aan, ze kon maar niet stoppen en ze praatte tegen de muur (of God). Het was zo mooi om te zien, hoe iemand zo geraakt kon worden door de kracht die de muur uitstraalde. Ze was zó één met die muur, dat het logisch was dat ik er een foto van gemaakt heb. Jep.


Ook hebben meerdere van ons een briefje in de muur gestopt, ik ook. Ik kwam niet echt bij een plekje in de muur waar hij inpaste, maar gelukkig stond meneer Baars aan de andere kant van het muurtje (ja! Weer een muur, dit wordt me een partijtje verwarrend) die de vrouwen scheidde van de mannen en die kwam natuurlijk wel bij plekken waar normale mensen niet bij kunnen. Perks of being a tall dude.


Toen liepen we de olijfberg op, nou ja, lopen? Ik strompelde de olijfberg op. Hoe ik het voor elkaar gekregen heb dat ik nog nooit gevallen ben is het grootste mysterie van de reis. Tussen de vele graven van de Joden heen manoeuvrerend hebben we de top bereikt. Er was niet echt een pad, dus het was onontkoombaar dat we af en toe op een graf hebben gestaan. Ik heb mijn excuses aangeboden aan alle graven.


Als laatst hebben we nog heerlijk gegeten bij een klein restaurantje die de meest verrukkelijke drankjes ooit had en waar een man was die de woorden ‘alles goed?’ en ‘eet smakelijk’ kon spreken. Om kwart over zes (Israëlische tijd) zaten we in de bus., maar als ze me hadden verteld dat het tien uur was had ik ze met alle liefde geloofd.


De dag was vermoeiend, maar man wat is Jeruzalem mooi. De teller van ‘Nederlanders die niet tot onze groep behoren’ is trouwens geëindigd op veertien. Die Nederlanders vind je ook overal.

\'Make hummus not walls\'

Door Omar Bugter 


Toen  we gisteren met de bus van het vliegveld in Tel Aviv naar het Guest House in Beit Sahour reden, na lang wachten bij de paspoortcontrole, vingen we al een paar van de eerste glimpen van de ‘muur’ op. De Israëli’s hadden de moeite gedaan om het een beetje te verbergen. Ze hadden het op een geluidsbarrières laten lijken.  We reden dan ook op een snelweg, dus het was geloofwaardig. Maar wij hebben meneer Baars. En die vertelde ons natuurlijk gelijk dat het de ‘muur’ was, en niet een gewone geluidsbarrière.  Hier was al goed te zien dat de Israëli’s de toeristen de ‘echte’ situatie niet willen laten zien.  Maar het was al laat, 2 uur ’s nachts, en veel meer was er niet te zien en iedereen was best wel moe.


Maar vandaag kregen we de muur in al zijn ‘grandeur’ te zien. Met een Palestijnse tourbus en gids bezochten we Bethlehem. Onze gids, Rafat, was het voorbeeld van een Palestijnse vluchteling. Geboren in Qatar, als kind van twee Palestijnse vluchtelingen. Hij heeft ook in Nigeria gewoond en hij is afgestudeerd in Spanje. Rafat was een goede gids, op het overmatige gebruik van het woord ‘ Jallah’ (gaan) na dan. Hij liet ons de muur zien en ook de Geboortekerk, kan gewoonweg niet worden overgeslagen. De muur was toch wel het meest indrukwekkende van de hele dag. Niet alleen voor mij, maar voor iedereen, lijkt me. Het laat zien hoe ingewikkeld de situatie eigenlijk is.


Op foto’s van de muur zie je niet hoe groot dat ding eigenlijk is. De muur is echt flink hoog (7-10 meter). Als je er onder staat, besef je pas hoe onzinnig de situatie eigenlijk is. Het slaat helemaal nergens op. Het bouwen van een muur. Israël zegt dat het is om zelfverdediging en bescherming van de Israëlische burgers, maar het is gewoon een geavanceerde landjepiktechniek. Het is niet alleen een muur. Het is een beetje te vergelijken met de Berlijnse muur. Buiten de grote steden staat vaak een hek. En met die hekken is het nog makkelijker om land te pikken. Puur omdat een hek makkelijker te plaatsen is dan een muur.


De Palestijnse kant van de muur is helemaal beklad.  De moderne versie van OZO (Oranje Zal Overwinnen). Iets in die richting in ieder geval, maar dan veel internationaler. Dat wil zeggen, niet alleen de Palestijnen tekenen op de muur, ook buitenlandse toeristen doen dit. De muur staat vol met boodschappen uit verschillende talen, waaronder Nederlands, Duits, Frans, Italiaans en natuurlijk Engels (naast al het Arabisch). Een paar van de leuzen die op de muur getekend waren, waren goud waard. Zoals de titel: ‘ Make Hummus, not walls’ (zie ook foto).


Maar al deze leuzen en eindeloze afbeeldingen laten wel zien hoe moeilijk de situatie is en  hoe moeilijk deze is op te lossen. Dat het eigenlijk ook hopeloos is, want de Israëli’s zullen niet zo snel opgeven. En de muur zal er blijven. En al die leuzen op de muur zullen er ook niks aan veranderen. Zelfs niet die over het maken van hummus. Want hoewel hummus erg lekker is, het is niet echt de beste conflictoplosser. 

Rondje Dode Zee

Na de rustdag op het strand in Tel Aviv/Jaffa hebben we de studiereis in stijl afgesloten. Erg veel meer dan we vandaag hebben gedaan kun je op een dag niet doen. We zijn de dag begonnen met een rit in zuidelijke richting langs de oever van de Dode Zee. In dat geval heb je Jordanie steeds op de linkeroever in zicht. Ons doel: Masada. Voor joden en dan met name de staat Israel is Masada een symbool van kracht en onverzettelijkheid geworden. Het was op deze plek dat in de jaren 70-73 de Romeinen, nadat ze Jeruzalem hadden veroverd en verwoest, een groep Joodse verzetsstrijders (zeloten) met hun gezinnen op de rotsvesting belegerden. Na de strijd jaren te hebben volgehouden dreigde uiteindelijk toch de inname van de vesting. Voor de zeloten was een leven in slavernij geen optie. Om die reden besloten ze tot een collectieve zelfmoord. In deze tijd leggen officieren van het Israelische leger op de berg de eed van trouw af en 13-jarigen vieren er hun bar mitswa onder het uitroepen van de gevleugelde woorden: 'Masada zal nooit meer vallen.'  Omdat nog een paar duizend toeristen hebben besloten juist op deze dag naar boven te gaan is het dringen geblazen voor de toegang tot de kabelbaan. Bovenop de rotsvesting is het uitzicht fantastisch en de temperatuur hoog. Heel erg hoog. Reden genoeg om na Masada verkoeling te zoeken aan de oever van de Dode Zee. Dat doen we in de oase En Gedi. Echter ... het is daar nog veel warmer. De thermometer wijst 38 graden aan. Verkoeling hoef je in het water overigens ook niet te zoeken want je blijft op dat water drijven. En koppie onder gaan is hier geen optie. Zwemmen is onmogelijk. Daarna naar Jericho ('de oudste stad ter wereld') en de tweede tocht met een kabelbaan. Deze keer naar de Berg van Verzoeking en het daar gelegen klooster Qarantal. Jezus bracht daar ooit 40 dagen vastend door en werd er 'bekoord' door de duivel. Bijzonder: we treffen in het klooster een groep Chinese christenen aan. Een zeldzaamheid. Zij zijn in ieder geval veel zeldzamer dan de ook aanwezige mollige dames uit de Oekraine die hun verblijf opluisteren met luid gezang. Overeenkomst: ze kussen allemaal op dezelfde intense wijze de ikonen. Wij doen dat niet.

En dan valt de avond in en zit het er voor ons bijna op. Eten, tassen pakken en de busrit naar luchthaven Ben Gurion nabij Tel Aviv. We vertrekken vannacht op 04.00 uur. Een heerlijke studiereis met een geweldig gemotiveerde en geinteresseerde groep leerlingen. We hebben geen enkele plooi hoeven glad strijken. En het is altijd weer een feest om in goed gezelschap te reizen en ontdekken. Leerlingen bedankt!

Dwalen door Jeruzalem

Excuus! Ik heb mijn trouwe volgers gisteren vier keer (!) op de hoogte gesteld van een nieuw verhaal. Dat was niet mijn bedoeling. Het netwerk in ons hostel in Beit Sahour leek uit te vallen en uit ergernis heb ik toen veel te wild op de muis zitten tikken. Dom natuurlijk. Advies: bij ergernis nooit op een muis tikken. Op tafel tikken is prima maar nooit op een muis.

Vandaag was ook voor ons wat betreft de invulling van het reisprogramma nieuw. De leerlingen hebben min of meer zelfstandig in kleinere groepjes 'veldwerk' gedaan in en rond de Oude Stad. Aan die mogelijkheid is op heel verschillende wijze inhoud gegeven. Wat ons betreft een geslaagd experiment hoewel natuurlijk na terugkeer in Nederland moet gaan blijken tot welke tastbare resultaten al die inspanningen en pogingen hebben geleid wanneer het gaat om de kwaliteit van onze tentoonstelling. Wij zijn vooralsnog hoopvol gestemd. De leerlingen hebben ook materialen gekocht (o.a. kruiden, kleding, posters en religieuze objecten) die hun foto's en verhalen straks moeten gaan ondersteunen. Onze reisgenoten waren unaniem in hun oordeel: prima zo'n dag zonder docenten! En dat vervult ons met vreugde. We zien graag dat we uiteindelijk geheel overbodig worden. Het doel dat iedere leermeester zou moeten nastreven. Echter ... morgen eisen we natuurlijk wel gewoon dat er achter ons aangelopen wordt in Tel Aviv. En daarmee zijn we bij de dag van morgen aangekomen. Een dagje ontspannen en strand in Tel Aviv en Jaffa. We zijn er aan toe. De week vliegt voorbij en het is wederom een feest om met deze jongelui op stap te zijn. En het dagje dwalen door Jeruzalem heeft ook ons weer een aantal mooie plaatjes opgeleverd.

Trainen in Egypte en ruzie in Hebron

Terwijl wij met alle mogelijke hulpmiddelen proberen Roemenie-Nederland te volgen kijken we toch ook alvast weer even terug op een heerlijke dag. Een dag van uitersten. Vanmorgen zijn we begonnen in het vluchtelingenkamp Arroub dat zich bevindt langs de weg van Bethlehem naar Hebron. Hebron, ons hoofddoel van deze dag, bevindt zich in het zuiden van de Westbank. Onze gids van de dag, Eiman, is een specialist in de politieke situatie op de Westbank en dat hebben we geweten. Maar ... daar ging het niet uitsluitend over. We hebben het ook gewoon even, om in  de sfeer van deze avond te blijven, over het Palestijnse elftal gehad. Dat elftal bestaat uit spelers die wonen op de Westbank, Gaza en vooral ook uit Palestijnen die zijn geboren en getogen in ... Chili. Chili??!! Ja, Chili, in Zuid-Amerika. Daar blijkt een heel grote gemeenschap Palestijnse vluchtelingen te leven die een aardig balletje kan trappen. Om het niveau van het nationale team wat op te krikken worden die jongens vaak geselecteerd. Omdat mensen die leven in Gaza niet naar de Westbank kunnen (en omgekeerd) traint de selectie in ... Egypte. Egypte??!! Ja, Egypte, in Afrika. Daar kunnen de Gazanen in ieder geval zonder al te veel problemen heen. Het bevordert de prestaties uiteraard allemaal niet maar er is dus wel een nationaal elftal. En dat telt.

In Hebron (lees het verhaal dat Kees van der Zwaard vorig jaar schreef na het bezoek aan deze stad!) bezoeken we de oude binnenstad. Dit gebied kan de vergelijking met een oorlogsgebied met enige fantasie wel doorstaan. Wij bezoeken de Abraham moskee (dat levert met name mooie plaatjes op van de meiden in ons gezelschap) en het daaraan grenzende Graf van de Patriarchen (= joods). En daar gaat het mis. Onze Palestijnse gids maakt een provocerende opmerking naar een Israelische soldaat waarna deze jongeling zich opeens realiseert dat hij degene is met een mitrailleur en zich in het gezelschap weet van zo'n 1500 collega militairen. Hij wil geen Palestijn in het Graf van de Patriarchen hebben en dan loopt het uit de hand. Eiman wil met ons mee en de militair moet van hem afblijven. De kemphanen drukken beide de borst vooruit en lijken met elkaar op de vuist te gaan. Een Palestijnse winkelier, het moet een moedige man zijn want anders heb je hier al lang geen geen winkel meer, springt net op tijd tussen beide waarna het opgelaaide vuurtje langzaam weer dooft. Het gaat aan vrijwel alle leden van onze groep voorbij maar ik heb het tafereel redelijk in beeld kunnen brengen (zie de foto's van vandaag). Een uurtje later wandelen we nog steeds zonder Eiman, zijn pas is hem afgenomen, door het gebied dat nu volledig door Israel wordt gecontroleerd. Het is en blijft iedere keer weer een surrealistische ervaring. Zo op het oog woont er niemand meer. De joodse setters zijn onzichtbaar (het zijn er ook maar 400) en de Palestijnen zijn er verdreven en mogen er niet meer komen. Er zijn ruim 500 Palestijnse winkels gesloten en de straten zijn volledig uitgestorven. Militairen patrouilleren in volle gevechtsuitrusting door diezelfde straten. En daar wandelen wij rustig tussendoor. We babbelen wat, maken een fotootje links, een fotootje rechts en zien hoe de soldaten hun lunch gaan gebruiken. En dan is het voor ons tijd om een broodje te gaan eten in Bethlehem. Een uurtje later doen we dat met smaak.

De namiddag staat volledig in het teken van weer iets heel anders. Een drie uur durende wandeling door de steenwoestijn van Judea. Klimmen en klauteren en genieten van de fascinerende natuur en vergezichten. De groep bereikt na het vallen van de duisternis het klooster Mar Saba. Het prachtige klooster heeft dus niemand gezien. Soms zit het dus ook wel eens een beetje tegen. Een troost; wie wil weten hoe mooi dat klooster ligt en er uitziet kan even kijken naar de foto's die we vorig jaar oktober tijdens onze studiereis van Mar Saba maakten.

Morgen gaan onze leerlingen min of meer zelfstandig aan de slag in Jeruzalem. Een uitdaging die we met deze groep graag aangaan. En het is zeer geruststellend dat Nederland met een 1-3 ruststand zojuist in Boekarest is gaan rusten. Tijd voor een kopje muntthee en grote Palestijnse druiven.

Busje in, busje uit en Yad Vashem

In Palestijns gebied hebben we inmiddels een eigen netwerk opgebouwd. We beschikken over voldoende contacten om bijvoorbeeld binnen een uur een bus voor ons hostel te hebben staan. Het doet er dan niet toe hoe groot die bus moet zijn. Zoiets regel je hier met een paar telefoontjes en dus de hulp van je contacten. De prijzen zijn zeer redelijk, het materieel doorgaans oud en versleten en de mensen (chauffeurs en gidsen) vriendelijk en behulpzaam. Ik heb in mijn lokale telefoon een hele lijst met telefoonnummers en daar maken we dagelijks dankbaar gebruik van. Alles loopt op rolletjes en onze leerlingen denken dat dit allemaal min of meer vanzelf gaat. Wij laten ze in die veronderstelling maar er gaat doorgaans heel wat ritselwerk aan vooraf. Zo doe je dat hier. In Israel werkt dat over het algemeen niet zo. Daar zijn lijndiensten, vaste prijzen en tijden en moet je je dus binnen de regels van de strak georganiseerde westerse samenleving bewegen. Zoals bij ons thuis dus. Ook daar ondervinden we doorgaans geen problemen maar het vergt wel enige creativiteit wanneer je hebt besloten niet met Israelische stadsbussen te reizen. Wij hebben nu eenmaal, zeker de generaties die in de jaren '80 en '90 zijn opgegroeid, beelden op ons netvlies van de verschrikkelijke gevolgen van de zelfmoordaanslagen die toen met enige regelmaat plaatsvonden. Hoewel het op dat vlak al bijna tien jaar erg rustig is mijden we die bussen toch maar. En dan ritselen we dus in Oost-Jeruzalem een paar busjes op de Palestijnse manier. Gewoon ook omdat we het wel een paar dagen leuk vinden om ritselend door het leven te gaan.

In Yad Vashem laten we onze leerlingen vrij wanneer het gaat om het bezoek aan het museum dat het verhaal vertelt van de holocaust/shoa in de periode 1933-1945. Binnen ons geschiedenisonderwijs is er relatief veel aandacht voor die periode. De leerlingen die met ons reizen kennen dat verhaal op hoofdlijnen al. Wij regelen vooraf dat er headsets klaarliggen waarmee iedereen individueel teksten kan beluisteren op het moment wanneer hij/zij daar behoefte aan heeft. Wij kiezen er heel bewust voor niet met een gids te werken. Ervaring leert dat juist onze leerlingen dan na een half uur afhaken omdat er veelal te laag wordt ingestoken. Bij goed onderwijs is het vooral van belang dat je je vooraf afvraagt met welke kennis de leerlingen aan hun tocht beginnen. Gevolg van deze hele afweging en benadering is dat er leerlingen na 1,5 uur buiten staan maar dat er ook leerlingen zijn die we na 3 of zelfs 4 uur moeten aansporen om zich gereed te maken voor het vervolg. Want ... er is een vervolg op het museumterrein dat zeker ook erg interessant is. Dat deel van het museum bevindt zich buiten in de openlucht. Op heel verschillende manieren hebben kunstenaars en architecten vorm gegeven aan dat waaraan zo moeilijk vorm te geven is. Hun uiteenlopende pogingen (zie daarvoor ook de foto's!) zijn het bekijken meer dan waard. Wij merken altijd dat ook hier leerlingen geraakt worden of wellicht is het beter om te zeggen dat leerlingen juist hier geraakt worden terwijl dat bij het historische fotomateriaal in het musem lang niet altijd (meer) zo is. Een van onze leerlingen, op de vraag hoe hij de dag had ervaren, formuleerde het heel treffend: 'Natuurlijk raakt de inhoud van het museum mij maar ik was al met jullie in Auschwitz. En verder dan dat kun je niet gaan. Alles daarna herken ik maar is een herhaling  van een indruk die je niet en nooit meer kunt overtreffen.' En dat begrijp ik heel goed.

We hebben de dag afgesloten op de Yehuda markt. Veel kleuren, geuren en geluiden. Lekker  kijken, proeven en rondslenteren. Niets meer, niets minder. De boog kan niet altijd gespannen zijn en voor een ontspannen boog is zo'n markt een uitstekende place to be. Vanavond werkoverleg!  Hoe gaan we vorm en inhoud geven aan onze tentoonstelling?! Want laten we vooral niet vergeten dat dit een studiereis is. En natuurlijk ook een beetje vakantie. Morgen ruim 30 graden. Je hoort daarover niemand klagen.