Weer een verloren generatie

Vandaag en morgen ga ik dieper in op de problemen binnen het Zuid-Afrikaanse onderwijs. Geen vrolijke verhalen. Vandaag deel een: Weer een verloren generatie.

In Zuid-Afrika valt het schooljaar samen met het kalenderjaar. Leerlingen van Graad 12 (de examenklas) leggen daarom begin december hun eindexamens voor het Voortgezet Onderwijs af. Dat examen heet matriek (Afrikaans) of matric (Engels). Afgelopen augustus hebben landelijke stakingen van overheidspersoneel het omderwijs vrijwel plat gelegd. Dat betekent dat de zorgen rond de voorbereidingen op die examens groter en groter worden. Die zorgen betreffen dan vooral de leerlingen in de townships. Dat is een constante in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis: altijd wordt het onderwijs in de townships het hardst getroffen. Een korte terugblik.

De Bantoe Onderwijs Wet die in 1953 door de uitvinders van de apartheid werd uitgeroepen liet over de functie van datzelfde Bantoe onderwijs niets te raden over. Zoals een lid van de Nationale Partij dat toen weinig fijnzinnig formuleerde was het voor zwarten meer dan voldoende wanneer ze leerden houthakken en water halen. Tijdens de hoogtijdagen van apartheid besteedde de overheid minder dan een vijfde aan het onderwijs van een zwart of gekleurd kind dan het aan de opleiding van een blank kind uitgaf. Onderwijs in wiskunde of natuurwetenschappen kregen alleen blanke kinderen. Het hele onderwijssysteem was er op gebaseerd dat de blanke economie onbeperkt zou kunnen beschikken over goedkope zwarte arbeid. Toen in de jaren zeventig van de vorige eeuw de economie sterk groeide ontstond in de zakenwereld al snel het besef dat er meer en meer behoefte was aan geschoolde arbeiders. In de twintig voorafgaande jaren waren die echter zeer bewust niet opgeleid. Precies op het moment dat het roer leek om te gaan en er ook geld werd vrij gemaakt om het onderwijs aan zwarte kinderen te verbeteren werden juist de scholen de brandhaard van een steeds gewelddadiger verzet tegen de apartheid. De explosie kwam op 16 juni 1976 toen de woede over de beslissing van de autoriteiten om Afrikaans (de taal van de onderdrukker) als verplichte instructietaal in het voortgezet onderwijs in te voeren tot gewelddadig protest leidde in Soweto. Die dag vormde het begin van zes maanden van protesten die het hele land raakten. Gevolg van dit alles was echter dat veel zwarte jongeren gevangen werden genomen (een niet gering aantal kwam op Robbeneiland terecht), als balling naar het buitenland vertrokken om zich aan te sluiten bij de militante tak van het ANC of helemaal niet meer naar school gingen. In het midden van de jaren tachtig gingen meer dan 1 miljoen zwarte kinderen tussen de 7 en 16 jaar helemaal niet naar school. Deze ontwikkelingen gecombineerd met de erfenis van de Bantoe Onderwijs Wet scheepte het ANC toen het in 1994 definitief de macht van de Nationale Partij overnam op met twee generaties volwassenen die nauwelijks onderwijs hadden genoten en volledig waren vergroeid met een cultuur van wetteloosheid en geweld. Vijftien jaar na de ondergang van de apartheid wijzen alle beschikbare cijfers uit dat de kwaliteit van het onderwijs in de townships weinig tot niets is verbeterd. De verbittering daarover onder de inwoners van de duizenden townships is groot en meer dan ooit wordt daarbij ook het ANC gevraagd om de verantwoordelijkheid te nemen voor dit falen en er op korte termijn verandering in te brengen. De ouders van nu die op de arbeidsmarkt de kanslozen vormen zien hun kinderen niet graag verworden tot een nieuwe generatie kanslozen. Ook in de zwarte gemeenschap wordt meer dan eens met bitterheid opgemerkt dat het Bantoe onderwijs in de jaren vijftig en zestig beter was dan het onderwijs dat de kinderen nu krijgen. De laatste jaren daalt het algemeen slaagcijfer aan het eind van het voortgezet onderwijs gestaag met als absoluut dieptepunt de 36% geslaagden in 2008. Dat dit niet te wijten is aan het onderwijs dat wordt gegeven op de 168 Zuid-Afrikaanse privé-scholen maakt het slaagpercentage over het schooljaar 2009 wel duidelijk: 97,42%. De cijfers hebben betrekking op dezelfde examens want ook privé-scholen moeten de examens aanbieden die de overheid hen oplegt.

Vandaag (10 september 2010) in de Cape Times gelezen. Het Wereld Economisch Forum heeft haar jaarlijkse onderzoeksresultaten naar de geleverde prestaties in diverse sectoren van de maatschappij gepresenteerd. De resultaten van het onderwijs in Zuid-Afrika zijn schrikbarend slecht. Extra pijnlijk voor de Afrikaanse grootmacht en rolmodel voor de ontwikkeling van het continent is het feit dat vrijwel alle Afrikaanse landen hoger scoren dan Zuid-Afrika. En dat zijn stuk voor stuk landen die veel minder geld te besteden hebben. Zuid-Afrika staat op plaats 130 (er is onderzoek gedaan in 139 landen) van het lijstje dat de kwaliteit van het onderwijs waardeert. Dat is veel lager dan bijvoorbeeld Kenia (32), Botswana (48) en Malawi (49). Zelfs Zimbabwe, het kan haast niet pijnlijker, doet het veel beter. Het land van dictator Mugabe vinden we terug op plaats 46. Laatste staat Tsjaad maar dat land scoort zelfs beter in de categorie basisonderwijs dan Zuid-Afrika. Alleen in Oost-Timor en Angola wordt lager dan Zuid-Afrika gescoord op de kwaliteit van het natuurwetenschappelijk- en wiskunde-onderwijs. Slotcommentaar van de krant: Misschien moet het ministerie van onderwijs de oplossingen voor de crisis in het onderwijs buiten de landsgrenzen zoeken. Zij die dit hadden moeten voorkomen hebben er een afschuwelijke puinhoop gemaakt. Einde bericht.

Morgen: De gestolen toiletpot

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!