Een kamermeisje (met een snor) van 130 jaar. Leve Hotel Centraal! (Odessa)

Wat moet je nu precies denken van een stad waar het huwelijk en de kracht van de liefde worden gesymboliseerd (zie de foto's!) door een hangslot(je)?! Een klein verroest hangslotje. Ik associeer zo'n slot alleen met diefstal en het feit dat ik in mijn jeugd zeker tien fietsen ben 'kwijtgeraakt'.  Mij restte toen steeds niets anders dan een doorgeknipt hangslot. Kom bij mij dus niet aan over de duurzaamheid van liefde gekoppeld aan een hangslotje van 2 Euro. Odessa is daarentegen gelukkig geen Lviv. Mocht Lviv willen. Na mijn aankomst in de parel aan de Zwarte Zee, hier is uiteraard wel van enige overdrijving sprake, is mijn humeur er een stuk beter op geworden. Hoewel er nog altijd geen blaadje aan de bomen te bekennen is schijnt nu wel al enkele dagen de zon. De winters zijn ook hier lang en de lente komt maar moeizaam op gang. De terrastafels en stoelen staan nog onder stukken plastic tegen de muren opgestapeld en de kinderen dragen nog altijd kleding die duidt op een naderende sneeuwbui. Een enkele vrouw probeert zich alvast te kleden alsof het 30 graden is terwijl de mannen collectief lijken terug te verlangen naar de tijd van Stalin, Breznjev en kornuiten. Zij hebben de kleren van toen in ieder geval nooit weggedaan en dus doet iedereen die kleren dagelijks maar weer aan. En daarmee ben ik gekomen op mijn hotel in Odessa. Een schot in de roos! Ik zal jullie uitleggen waarom.

Hotel Centraal is gebouwd aan het eind van de negentiende eeuw. Dat hoeft natuurlijk helemaal geen bezwaar te zijn wanneer je in de tussenliggende 130 jaar af en toe iets aan het interieur gedaan zou hebben. Echter ... dat heeft men al die tijd nagelaten! Geweldig! Het geeft de bezoeker de mogelijkheid om eens rustig te bestuderen hoe in die tijd de ruimtes werden verwarmd. Alles uiteraard centraal gestookt vanuit één punt zonder de mogelijkheid de verwarmingselementen zelfstandig aan of uit te draaien of zetten. De uitvinder van deze helse machinerie moet in 1880 de naderende Bolsjewistische revolutie hebben voorvoelt. Het is namelijk uiteraard niet aan het individu (een kleine slinkse kapitalist in wording!) om te bepalen of het te warm of te koud is. Dat bepaalt de Staat! Ook nu nog loeit de verwarming volop omdat 'iemand' heeft gezegd dat hij pas op 1 mei uit kan. Dat het buiten inmiddels 20 graden is doet in het geheel niet terzake. Afspraak is afspraak. Bevel is bevel. Ook de waterleidingen, de vloerbedekking in de honderden meters lange gangen, de deuren bij de hoofdingang, de kozijnen, de receptie én .......... de dames die de kamers verzorgen zijn allemaal nog origineel. Kortom: minimaal 130 jaar oud. Is dat niet wat oud voor een kamermeisje zult u zich afvragen. Persoonlijk denk ik dat niet omdat de mate waarin deze vrouwen zijn kromgegroeid hen het een stuk makkelijker maakt om onder bijvoorbeeld de bedden te stofzuigen. Het is als het ware hun natuurlijke houding geworden. Ook het oprapen van de natte handdoeken gaat zo in een moeite door. Voordeel is ook dat zij vrijwel in het geheel niet spreken. Dat vind ik wel aangenaam want ik ben 's morgens ook niet al te lang van stof. Mijn kamermeisje heeft als slagroom op de taart ook nog een prachtige witte snor. Misschien heeft het zwijgen ook iets te maken met de kwaliteit van de kleefpasta voor haar wat ruim zittende kunstgebit maar dat laat ik verder even in het midden. Om het geheel wat op te fleuren heeft zij daarnaast besloten haar hoofdhaar, veel is het niet meer, een fel rode kleur te geven. Haar schort is gifgroen en haar pantoffels paars. Wanneer ik haar in de gang naderbij zie komen zoek ik steeds even kort beschutting in een van de vele nissen die het hotel rijk is. Ik wil niet graag in Odessa door een tank worden overreden. Een telefoon heb ik niet. Wel een koelkast uit de fase dat die voor het eerst op de markt kwamen aan het begin van de vorige eeuw. Ik heb het ding uitgezet. Je zit nog liever in een Toepolev uit 1930. Kortom: wat een geluk dat ik in Hotel Centraal terecht ben gekomen. Tot slot: het bedienend personeel achter de receptie en in het restaurant heeft zijn opvoeding en opleiding genoten in de tijd dat de Oekraine nog een van de 15 republieken van de Sovjet-Unie was. Dat heeft hen geen goed gedaan. Van het verlenen van enige vorm van service kan geen sprake zijn. Iedereen geeft mij steeds de indruk dat men mij liefst onmiddellijk ziet terugkeren naar daar waar ik vandaan kom en ook thuis hoor. Dat ik van dit alles met volle teugen geniet weten zij natuurlijk niet. En dat houden we dus nog even zo!

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!