
In oktober 2011 bezocht ik met een aantal van mijn collega's en 18 leerlingen uit 6 VWO Israel (voornamelijk Jeruzalem) en de Palestijnse gebieden. We deden van de week in enkele verhalen al eerder verslag. Nu is er ook een promo-filmpje verschenen gemaakt door leerling/acteur Abel van Dijk dat ik jullie als volgers allemaal van harte wil aanbevelen. Het vangt in beelden en geluiden wat je soms in een verhaal niet (goed) duidelijk kunt maken. Dit filmpje gebruiken we straks ook om aandacht te vragen voor de theatervoorstellingen (jouw land, mijn land is te zien vanaf donderdag 14 juni in Theater De Fransche School te Culemborg). Daarnaast gaan deze 18 leerlingen nu ook de basisscholen in Culemborg en omgeving bezoeken om verhaal te doen van hun belevenissen. Ook daar gaat het filmpje een rol spelen. Rond 1 maart gaat de website de lucht in en verschijnt ook de poster en flyer. Wellicht zien we elkaar in juni in het theater?! Kaarten kun je vanaf 1 maart bestellen via de website.
Maar nu dus eerste even aandacht voor het fraaie filmpje van Abel (complimenten!) :
http://www.youtube.com/watch?v=VSmDSc3qrSA
Thuis in Nederland heb ik een doos waarin ik de aantekenboekjes bewaar die ik volschreef in de jaren dat ik op Bonaire werkte (1997-1999). Met die aantekeningen heb ik nooit iets gedaan. Ik kan niet aangeven waarom ik de inhoud van die notities nooit heb omgewerkt tot een boekje maar kort na mijn terugkeer in Nederland wel ben gaan schrijven over tal van andere reizen die ik toen ben gaan maken. Nu ik dit stukje tik bedenk ik mij dat het verschil misschien wel ligt in het woord ‘reizen'. Ergens anders gaan wonen en werken voelt niet als het maken van een reis of op vakantie gaan. Het is het dagelijks leven maar dan ergens anders. Al het bijzondere is dan al gauw weer heel gewoon. Niet iets om over te schrijven en zeker niet te publiceren. Kortom: er zijn verhalen die nog altijd verteld moeten worden. Verhalen over een gepassioneerde onderwijs-macamba (scheldnaam in het Papiaments voor een Nederlander) op Bonaire in een land (=Nederlandse Antillen) dat maar geen land wilde worden en het nu ook niet meer is. Voor deze sentimental journey heb ik de aantekenboekjes in mijn reistas gestoken. Een waar feest om ze juist hier te herlezen. Ik blijk de film van toen zonder enige moeite opnieuw te kunnen afspelen. Om de belevenissen enig belang mee te geven beginnen we bij mijn bezoek aan de minister van onderwijs in Willemstad. Over een vergadering waarin ik wel iets moest zeggen maar niets mocht zeggen.
Hoewel ik naar Bonaire kwam als eerste graad docent geschiedenis, ik behoorde met vijf anderen tot de eerste lichting docenten die met die bevoegdheid door het schoolbestuur waren aangetrokken, heb ik uiteindelijk op de Scholengemeenschap Bonaire (SGB) vrijwel geen les gegeven. Binnen twee maanden na mijn aankomst was ik ook werkzaam bij de Dienst Onderwijs (SEK) van het eilandgebied Bonaire (als onderwijsvernieuwer met als opdracht de Antilliaanse basisvorming in te voeren op de SGB), schreef ik artikelen voor het dagblad Amigoe en gaf ik 's avonds les op de APEBON (een opleiding waar Antillianen werden klaargestoomd voor het beroep van leerkracht in het basisonderwijs). Kortom: ik had alleen tijd om 4 en 5 HAVO geschiedenis te geven. Leuk detail: mijn zes (!) examenleerlingen gaf ik doorgaans les in de lerarenkamer of bij mij thuis in de woonkamer (!). Voor mij was doorgaans geen lokaal beschikbaar of de deur van het enige lege lokaal was op slot en de sleutel ‘verdwenen'. Als meest deskundige ambtenaar van het eilandgebied, opeens was ik expert wat betreft de invoering van de basisvorming, was het ook mijn taak de gedeputeerde (=wethouder) van onderwijs te vergezellen naar de vergaderingen die werden gehouden onder leiding van de minister van onderwijs van de Nederlandse Antillen (Curacao, Bonaire, Sint-Maarten, Sint-Eustatius en Saba). Om het ieder eiland naar de zin te maken werden die bijeenkomsten niet alleen in Willemstad georganiseerd maar ook op alle andere betrokken eilanden. Het was een van de dingen waartegen ik natuurlijk geen bezwaar maakte: zo kon ik binnen enkele maanden alle eilanden (ook bovenwinds!) bezoeken. Waarmee ik echter de allereerste keer geen rekening had gehouden was het feit dat mijn gedeputeerde absoluut geen zin had om ook daadwerkelijk op die vergaderingen te verschijnen. Dat merkte ik pas toen ik tijdens mijn eerste ontmoeting met de minister en alle andere gedeputeerden van de overige eilanden de vraag kreeg voorgelegd hoe het er nu voor stond met de geplande invoering van de basisvorming op Bonaire. Toen ik aan mijn zorgvuldig voorbereide uiteenzetting wilde beginnen ontnam de minister mij nog voordat ik iets gezegd had het woord omdat ik alleen gerechtigd was te spreken in aanwezigheid van mijn meerdere: de gedeputeerde van onderwijs van Bonaire. Om een lang verhaal ... zes uur later ben ik naar het vliegveld Hato vertrokken en weer naar Bonaire gevlogen. Het woord heb ik in die vergadering niet kunnen voeren. Mijn gedeputeerde is nooit in de vergaderzaal gearriveerd hoewel hij de dag daarvoor wel samen met mij naar Curacao was gevlogen. Twee dagen later sprak ik hem weer in zijn kamer op het Bestuurskantoor in Kralendijk. Over die vergadering hebben we het nooit meer gehad. In de notulen van het overleg met de minister, die ik later die week ontving, stond dat er geen nieuwe ontwikkelingen te melden waren op Bonaire. Naar ik later vertrouwelijk van de minister zelf vernam was dat overigens niet nieuw. Bonaire schitterde altijd door afwezigheid en ‘stagnerende ontwikkelingen'. Zij gaf mij nog wel aan mijn werkzaamheden vooral voort te zetten. Dat ik de notulen niet haalde moest ik maar voor lief nemen. ‘Goed onderwijs komt doorgaans niet in notulen tot stand' voegde ze mij met een knipoog toe. Hoewel ik aan de juistheid van die woorden niet twijfelde vond ik het toen toch jammer dat ik die notulen niet had gehaald. Maar ... alle eilanden heb ik op kosten van die Antillen wel gezien! Waarom mijn gedeputeerde zich zo gedroeg? Het antwoord is van Antilliaanse eenvoud: hij was van de rode partij die de meerderheid op Bonaire had terwijl in het land de groene partij van Bonaire deel uitmaakte van de landsregering. Een succesvolle invoering van de basisvorming was dus geen rood belang. Het duurde nog maanden voordat ik voldoende inzicht in de samenleving en politieke cultuur had om in te zien dat ik werk deed wat geacht werd te mislukken. Waarom ik toch nog ruim 1,5 jaar ben doorgaan? Omdat juist de kinderen van Bonaire goed (beter) onderwijs verdienden. Niets meer, niets minder.
LET OP: wil je deze berichten niet meer ontvangen?! Meld je even af! Ik kan dat niet voor je doen. Een simpele muisklik volstaat.
Gezond 2012! Hoewel in Nederland het voorjaar ook al lijkt te zijn aangebroken doen wij het natuurlijk niet voor minder dan zo'n graad of 30. Verschil moet er wel zijn/blijven. Inmiddels heeft 'de buitengewone gemeente' Bonaire ook het nieuwe jaar ingeluid en ook dat ging gepaard met een flinke hoeveelheid vuurwerk. In de regio is men vooral gek op het hardere knalwerk. Veel en vooral hard lijkt het motto. Op oudjaarsdag kregen we bij de nieuwe supermarkt (AH- en Euroshopperartikelen) een gratis pakje kerstkransjes en waren de chocoladeletters van de Sint in de aanbieding. Deze nieuwe supermarkt is naast een filiaal van Leen Bakker en Blokker een van de nieuwe verworvenheden van het nu 'Nederlandse' eiland. In ieder geval concurrentie voor de veelal Chinese supermarktjes en de nog weer kleinere lokale winkels. In de 'AH' (die naam hangt buiten niet aan de gevel maar wij weten beter) stuit je uiteraard vooral op Nederlanders. Juist in deze weken zijn er ook veel toeristen dus het parkeerterrein is altijd goed gevuld. En ja ... op oudjaarsdag waren er ook oliebollen.
Morgen kunnen we een kijkje nemen op de nieuwe HAVO-VWO-locatie van de eilandelijke scholengemeenschap (SGB). Een goede vriend is daar nu locatie-directeur. Het splinternieuwe gebouw is voor Antilliaanse begrippen in een recordtempo neergezet en oogt aan de buitenkant zeer fraai. Ook hier is enige jaren geleden besloten om de school op te splitsen in verschillende locaties om zo een kleinschaliger (en vooral veiliger) leeromgeving te kunnen garanderen. Op het 'oude' schoolterrein vind je nu een beroepsafdeling, het Junior College (klas 1 en 2) en een inmiddels flinke MBO-afdeling. De HAVO-VWO-locatie heeft een onderkomen gevonden op enige afstand van het centrum van Kralendijk maar dat lijkt eerder een voor- dan een nadeel. Uiteraard is met name de VWO-afdeling klein (rond de 20 leerlingen per leerjaar) maar het is voor de kinderen van Bonaire een enorm voordeel dat ze niet al op jonge leeftijd naar Curacao of Nederland moeten verhuizen om een VWO-opleiding te volgen. Die oversteek kunnen ze nu gelukkig maken wanneer ze wat ouder en vooral volwassener zijn. Het nieuwe gebouw is in december officieel en feestelijk geopend en in gebruik genomen. Ieder lokaal heeft nu ook het onontkoombare smartboard en beamer dus er kan weer een nieuwe impuls gegeven worden aan de kwaliteit van de lessen. Ik heb zelfs begrepen dat er in de lokalen nu ook airo's zijn aangebracht en je mag van mij aannemen dat dat in de warmste en veelal windstille maanden van het jaar een verademing is. :Anders gezegd: een noodzaak om fatsoenlijk met onderwijs bezig te kunnen zijn. Wat je verder merkt van de nieuwe status van het eiland? Een oud-collega merkte met een brede glimlach op dat het eerste nieuwe gebouw dat op het eiland verrees nadat Bonaire officieel een buitengewone gemeente van Nederland was geworden het ... belastingkantoor was! Voor de Bonaireaan is dat symbolisch en geeft het precies aan waar de schoen zonder twijfel weer zal gaan wringen. Nederland heeft de eilandelijke schulden (in totaal 1,7 miljard voor de hele Nederlandse Antillen) voor 70% gesaneerd maar in de toekomst zullen ook hier de begrotingen sluitend moeten zijn. In het bestaan van deze eilanden is dat nog nooit gelukt en ik zie en ken ook geen redenen om aan te nemen dat dit in de naaste toekomst allemaal wel gaat lukken. Wat er anders moet is duidelijk: de inwoners van het eiland moeten aan hun belastingverplichtingen voldoen. Daar gaat 'Nederland' nu in ieder geval vanuit en op toezien. Vandaar natuurlijk ook dat fraaie gebouw en de zoveelste lichting (ook in het verleden hebben we hiertoe fiscale assistentie verleend) Nederlandse ambtenaren die hier voor enige jaren hun tenten (zij wonen niet in de goedkoopste huizen op het eiland!) komen opslaan. Zoals het dus 'altijd' is geweest. Maar er is een verschil: je kunt nu ook naar AH en Leen Bakker! En wie wil dat nou niet?!
Verontwaardigt reikt een Bonairiaan mij door zijn geopende autoraam (het raam is overigens helemaal verdwenen) de EXTRA aan. Hij wijst op de kop die vandaag de gehele voorpagina in neemt. Ik lees en spreek nauwelijks Papiamentu maar ik herken de woorden 'GEEN STIJL" én homo én paradijs. Je hoeft niet veel meer te weten om te bedenken welke kant dit uitgaat. 'Dit kan toch allemaal niet! Wij zijn een kleine gemeenschap. Het geloof (lees: katholicisme) is hier belangrijk. Waarom doet men dit?' Mijn onthutste Bonairiaan neemt een slok van zijn flesje Polar en schudt nog maar eens mismoedig zijn hoofd. Ik zeg hem nog dat GEEN STIJL niet de spreekbuis is van ALLE Nederlanders en iets over provoceren, satire, humor, culturele verschillen en ... ach, het maakt allemaal niet zo veel uit. Hij luistert al lang niet meer. Zijn punt is gemaakt en daar ging het om. 'Thuis' vind ik op het Internet al gauw de oorzaak van het artikel in de EXTRA. Arie Boomsma (voorheen de niet-homo van de EO en nu van de KRO) heeft hier op Bonaire een jongen Bonairiaan in het ouderlijk huis uit de kast laten komen (de schande die zoiets met zich meebrengt zal hier nog wel enkele maanden als een tropische storm rond de familie van de jongen blijven woeden) en dat heeft op de webiste van GEEN STIJL tot een artikel geleid waarin Bonaire wordt aangeprezen als homo-paradijs. Ik heb het artikel gelezen. Echt lollig is het niet (laten we zeggen dat smaken verschillen) en het is niet zo moeilijk om in te vullen tot welke reacties zo'n bericht dan weer aanleiding is. Gewoon GEEN STIJL dus. Ik ken in Nederland niet zo heel veel mensen die zich hierover zouden opwinden. Op Bonaire is het echter het zout in de wonden van de mensen die per definitie moeite hebben met de macamba's (=Nederlanders) en nu 'wij' sinds 10-10-10 van Bonaire ook nog een buitengewone Nederlandse gemeente hebben gemaakt ('het volk' voelt zich in die gezamenlijke beslissing niet tot nauwelijks gekend) is er niet zo heel veel nodig om de geest uit de fles te laten. Voeg daarbij het alom aanwezige gevoel (het is overigens ook gewoon een feit) dat er meer en meer macamba's op het eiland neerstrijken ... de EXTRA (25.000 kranten per dag op de benedenwindse eilanden) weet er wel raad mee! Dit neokolonialisme, er worden hier in de politiek vaak en veel grote woorden gebruikt, heeft het eiland al het homohuwelijk gebracht maar echte homo's ... daar moeten ze hier toch echt niet aan denken. Kortom: ARIE BEDANKT!
Opvallendste verschil met de periode 1997-1999? Ik kan mij niet herinneren dat ik toen niet kon parkeren waar en wanneer ik dat wilde. Nu heb ik al drie keer een rondje door het centrum van Kralendijk moeten rijden op zoek naar een parkeerplek. Het is drukker dan toen. Veel drukker! Dat klopt overigens met de cijfers. In 1999 woonden er bijna 13.000 mensen op het eiland. In 2004 was dat gezakt naar minder dan 10.000. Nu staat de teller op 15.666(!) inwoners (volgens CBS in januari 2012). In absolute zin stelt het natuurlijk allemaal nog niet zo veel voor maar het is uiteraard een extreem hoog groeipercentage. Vraag die het oproept: kan een samenleving een dergelijke groei wel fatsoenlijk opvangen? En wat als dat vooral ook veel (bemiddelde) Europese Nederlanders zijn? Je zou je kunnen afvragen welke integratieproblemen dit alles met zich meebrengt. Wat zijn de gevolgen voor de Bonaireanen? En dan lijken Bonaire en Nederland wat betreft hun problematiek opeens weer heel erg op elkaar. Geruststellende gedachte. Of helemaal niet?! Ga ik verder over nadenken de komende week.
Leestip voor mensen die Bonaire 'kennen' en/of er gewerkt hebben: Marcel de Jong, Tropenkolder. Marcel was in 1997-1998 een collega van ons. Ik zou zijn roman niet geschreven kunnen hebben (er zijn mijns inziens heel veel Bonaireanen die wel deugen en heel veel kinderen die wel vooruit willen!) maar de sfeerbeelden zijn nu en dan zeer treffend. Daarnaast een goede schets van de politieke verhoudingen en machinaties op het eiland. Overigens niet alleen karakteristiek voor Bonaire maar zeker ook voor de andere eilanden die deel uitmaken van het Koninkrijk (in welke vorm dan ook).
Ik was hier eerder. Wij waren hier eerder. We woonden en werkten hier eerder. Om precies te zijn aan het eind van de vorige eeuw (1997-1999). We waren net voor het begin van het nieuwe millenium terug in Nederland. Met het aanbreken van het nieuwe millenium had onze terugkeer overigens niets te maken. Dat is een veel langer verhaal. Geen verhaal voor eerste kerstdag. Dat kan wachten. De komende twee weken staan voor ons dus zeker niet alleen in het teken van zon, strand en een terrasje aan de boulevard van Kralendijk. Het is ook een reis naar een stukje uit ons verleden dat ooit diepe indruk maakte. En ons veel over onszelf leerde. En ik wil de foto's maken die ik toen niet maakte. Omdat alles al zo snel zo gewoon was. In 1997 stapten we overigens met het hele gezin in het vliegtuig zonder een mobiele telefoon. Mijn eerste mobieltje kocht ik pas in 1999 na terugkeer in de grijze polder (het eerste jaar na terugkeer vond ik Nederland vooral grijs en had ik ook de indruk dat het altijd regende, waaide en herfst was). Vlak voor ons vertrek toen nog wel snel een faxapparaat aangeschaft. Een computer hadden we wel maar een Internetverbinding was voor ons toen te kostbaar en ach ... dat analoog inbellen ... het duurde allemaal zo lang ... en verbindingen waren zo traag. Nu tik ik een stukkie in een huis nog geen 50 meter van de plek waar we toen woonden en kan ik gebruik maken van WiFi en bereik ik honderden geinteresseerden binnen een paar seconden. Met foto's. Desnoods tientallen foto's. Toen schreef ik nog brieven en stuurde ik foto's over de Atlantische Oceaan met een vliegtuig. Dat was dus niet in de 16e of 17e eeuw maar nog geen 15 jaar geleden. Zojuist ging de mobiele telefoon! Stond ik net een slavenhuisje te fotograferen. Of ik misschien toch niet wilde meespelen in de Oudejaarsloterij! Deed ik het niet dan liet ik zeker enkele miljoenen liggen. Ik heb toch maar gezegd dat ik geen interesse heb (ik doe overigens al mee MET Jackpot!). Morgen laat ik die telefoon gewoon helemaal thuis. Nou ja ... niet thuis natuurlijk maar zo voelt het toch een beetje. Meer te verhalen na kerst. Nu eerst de zee in! Onbetaalbaar.
Door Mark van Dooren (productieleider jouw land, mijn land)
Weet u hoeveel liedjes er over olijven geschreven zijn? En spreekwoorden? Luidkeels zijn werkelijk alle varianten de omgeving van Efrata ingeslingerd: ‘Kom van die tak af!' Vandaag hebben we een Palestijnse boer geholpen met het binnenhalen van zijn oogst. Olijven, om elk misverstand te voorkomen. Samen met een halve bus Olijfplukactivisten hebben we in twee klokuren alle bomen ontdaan van olijven. Hoog en laag. Groen tot auberginepaars. "Geen steeltjes en blaadjes in de emmers!"
Spannende verhalen vooraf over het plukken dichtbij de nederzettingen vol (schreeuwende?!) kolonisten, blijken in de werkelijkheid van vandaag niet aan de orde. Ook dachten we (of hadden gehoopt?) dat het plukken vandaag met een groep jonge activisten zou zijn: nieuwsgierig naar hun beweegredenen en de ontmoeting. Nu trokken we op met een groep (voor de leerlingen) wat maatschappij-kritische ouderen, die meteen vragen of we wel weten, ‘dat daar kolonisten zitten' - wijzend op een trailerpark achter een Heras-hekwerk. Ja, wij zijn ook al even hier en we weten het. ‘O' ‘En kennen jullie leerlingen het echte verhaal wel?', worden ook de docenten gecheckt. In plaats van een discussie over de definitie van"echt" te beginnen, lijkt het ons beter om te gaan plukken. Onze leerlingen zijn snel, heel snel. Nog voor de lunch is de boomgaard leeg.
De lunch begint als een vraag: Wat zijn ze aan het bereiden in de keuken? Hoeveel? Hebben we wel genoeg tijd om alles op te eten? Eten de anderen ook mee? En gelukkig eten die anderen ook mee van de grote variëteit die wordt aangeboden: soep, yoghurt, vleesbroodje, dolmades (gevulde wijnbladeren) en een soort spinazie in bladerdeeg: helemaal goed dus en ruim voldoende!
Daarna door naar Arij, waar we in een luxe vergaderruimte worden ontvangen voor een presentatie over hét conflict, vanuit Palestijns oogpunt. Een verhaal gebaseerd op cijfers en landkaarten. Over afspraken en beloftes in o.a. het Oslo-akkoord. Duidelijk: Israël houdt zich niet aan de gemaakte afspraken. Maar er is een voordeel voor de Palestijnen, volgens onze spreker: ‘Time is on our side.' Onze leerlingen twijfelen daarover: de Israëli's bouwen er ondertussen nederzetting na nederzetting bij. De spreker blijft optimistisch: de sociale media zorgen voor bereikbaarheid van de jeugd. De jeugd heeft de toekomst. Daar moet de verandering van komen. Tijdens de presentatie wordt ons meegedeeld dat Kaddafi opgepakt is (op dat moment is nog niet bekend of hij ook dood is).
Moe na deze lezing en het plukken van eerder deze dag duiken we, via het checkpoint, nog even Jeruzalem in. Souvenirs en een (laatste?) broodje falafel.
Elke olijf is anders.
Of zoals John Lennon al zong 'Imagine there's no olive'.
Bron: http://www.nu.nl/ 20 oktober 2011
DEN HAAG - Joodse kolonisten hebben dit jaar al 7500 olijfbomen van Palestijnse olijfboeren vernield. Dat stellen hulporganisaties, waaronder Oxfam Novib, op basis van eigen onderzoek. Dit jaar zouden de olijfboeren honderdduizenden euro's mislopen als gevolg van het bomenverlies. ''Tienduizenden Palestijnse families zijn afhankelijk van de opbrengst van het oogstseizoen. Minder bomen betekent minder geld'', aldus Karimi. Yesh Din, een Israëlische non-gouvernementele organisatie die samenwerkt met Oxfam Novib, heeft in de afgelopen 6 jaar 688 gevallen geregistreerd van kolonistengeweld tegen Palestijnen. In negen van de tien gevallen zou het niet zijn gekomen van een aanklacht tegen verdachten.
Gerecht
Van de 97 gevallen waarin Palestijnse bomen werden vernield, is er geen enkele voor het gerecht gebracht, zo liet Oxfam Novib weten. De organisaties willen dat de Israëlische regering zich aan de wet houdt en daders van deze misdrijven voor de rechter brengt. Naast de vernielingen van olijfbomen door kolonisten zijn in de afgelopen jaren tienduizenden olijfbomen ontworteld om plaats te maken voor de bouw van de Israëlische Muur. Bijna 1 miljoen bomen staan volgens de organisaties in de zogenoemde Seam Zone, het niemandsland tussen de Muur en de bestandslijn van 1967. Nog eens duizenden bomen zijn onbereikbaar voor Palestijnse boeren, omdat ze te dicht bij nederzettingen van Joodse kolonisten staan.
De nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden zijn illegaal volgens internationaal recht.
Het is natuurlijk niet zo heel verstandig om twee dagen voor onze terugkeer en het definitieve einde van onze studiereis al enkele conclusies te trekken. Toch doe ik dat. Durf ik dat. Alles verloopt vanaf het allereerste begin vrijwel perfect. Niet in die zin dat er nooit een bus te laat komt of dat het ontbijt wat later gereed is dan gepland maar dan doel ik op de chemie in onze reisgroep. Het is een feest en voorrecht om dit werk met deze leerlingen te mogen doen. En dat jaar in, jaar uit. Ook na onze belevenissen in Zuid-Afrika twaalf maanden geleden hebben we weer een groep leerlingen mee die veel wil weten, zien en ervaren. En dat op een plek waar niets eenvoudig is. Laten we maar gewoon vaststellen dat alles hier ingewikkeld is. Kortom: het is geen geringe opgave om alles wat je ziet en hoort een plaats te geven en met elkaar te rijmen. Veelal is er geen sprake van rijmen maar van hevig schuren. Uitgescholden worden door een orthodoxe Jood die je niet in zijn wijk wil hebben of een Palestijnse gids die je toevoegt dat Arafat een goed mens was maar dat hij helaas altijd werd omringd door slechte mensen. Zijn er nu criminelen vrijgelaten door Israel? Maar was Shalit als militair werkzaam aan de grens met Gaza feitelijk niet ook een crimineel? Maar dan een in opdracht van zijn overheid? Wat is het verschil tussen een terrorist en een verzetsstrijder? In de ogen van de twee partijen is een en dezelfde persoon vaak beide. Het is nu en dan flink verwarrend. Vanaf de eerste minuut heerst er een cultuur van afspraak=afspraak. Samen uit, samen thuis. Geen dingen doen waarvan we vooraf hebben gezegd dat je ze ook beter niet kunt doen. Interesse in elkaar en ook in ons als begeleiders. Steeds minder voel je je een leraar. Veel eerder reisgenoten onder elkaar met een gemeenschappelijke interesse en doel. Heel langzaam maar ook heel zeker vreet de vermoeidheid zich een weg naar binnen. Zo veel indrukken, lange dagen, ontzettend veel lopen en altijd weer vroeg op. Maar klagen doen we niet. Doet niemand. De avonden lezen we, leggen een kaartje, houden we onze dagboeken bij, mailen we, schrijven we artikelen voor kranten en websites en bewonderen we elkaars foto's. Wij als begeleiders zoeken naar de zwakke plekken in ons programma en discussieren over mogelijke verbeteringen. Kan het beter? Moet het anders? De vragen die we elkaar altijd stellen. En dan is het fijn wanneer je samen tot de conclusie komt dat er niet zo heel veel beter kan. Dat we ons huiswerk goed hebben gedaan én dat we de leerlingen hebben meegenomen die geschikt zijn voor een studiereis als deze. Mooi dat we die leerlingen op school en in onze klassen hebben. Zoals ik al opmerkte: een voorrecht om dit werk te mogen doen! En nu dus nog twee dagen volhouden. Gaat lukken.
Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.